Aan Icarus

Ik heb zo vaak gevlogen in mijn dromen,
voor mijn gevoel een heel stuk van de grond,
maar zelden hoger dan de hoogste bomen,
daar zweefde ik dan duizelig wat rond.
Niet altijd ben ik gaaf terug gekomen,
bij het ontwaken was ik soms gewond.

De klap op aarde kwam dan heel hard aan,
zodat ik moeite had om op te staan.

Wat zou ik graag ook samen met wat goden
en met mijn vader vliegen naar de zon
om onderweg al mijn geliefde doden
weer aan te raken voor zover dat kon.
Misschien werd mij dan zelfs de kans geboden
te zien waar alles eindigt en begon.

Hoe zou ik dat volbrengen op den duur,
zo kort op afstand van het zonnevuur?

Mijn vader zou me wel weer willen sturen,
aanhoudend roepend: "Doe nou wat ik zeg!",
maar ik was nooit gehoorzaam van nature
en niet ontvankelijk voor overleg.
Dus: als de vlucht wat langer zou gaan duren,
liet ik hem gaan - als jij - en dwaalde weg.

Ik zou, mijn wezen naar de zon gericht,,
verdampen in de ruimte, in het licht.



Vorige
Overzicht
Volgende

© 2011, Corrie Groeneveld - van Staveren